Geeraard Duivelsteen



Geraard de Duivel werd omstreeks 1210 geboren als tweede zoon van de kastelein van Gent, Zeger II. Omwille van zijn donkere huidskleur en zijn zwarte haren kreeg hij de bijnaam “de duivel”. Het Geraard Duivelsteen is een “gekuiste” versie van één der oudste gebouwen van Gent, waarschijnlijk opgetrokken in Doornikse kalksteen, op de plaats van een vroeger kasteel. Het is oorspronkelijk een ridderslot met gekanteelde hoofdtoren, sierlijke hoektorentjes en aan de kant van de Nederschelde elf spitsbogige vensters. Aan de kant naar de kathedraal toe is in 1904, bij de restauratie, een vleugel bijgebouwd, waarbij in een tuintje, het oorspronkelijke stadsniveau is bewaard. De benedenverdieping of krocht is met zijn vier beuken met een oppervlakte van 560 m² een der grootste van België.
In de 14de eeuw werd het Geraard Duivelsteen stadseigendom en deed achtereenvolgens dienst als wapenarsenaal, gevangenis, jongensweeshuis, tuchthuis, krankzinnigengesticht en tenslotte als brandweerkazerne.
Legenden:
- Hij bracht zijn dagen door met “brasserijen”, schanddaden en gruwelen”. Zijn vrouw schonk hem een zoon met een even donkere huidskleur, “ den moor genoemd. Zij werd daarom door een dronken Geeraard op een kwade dag doodgeschopt.
- Geeraard junior deed zijn vader eer aan. Toen beiden dezelfde vrouw, Jacoba van Zottegem begeerden, trachtte de vader de zoon uit te schakelen door hem naar de Rode Toren te zenden, zogezegd om er met twee schippers zijn vaders reis naar Zeeuws-Vlaanderen te bespreken. In werkelijkheid moesten ze Geeraard de Moor uitschakelen door hem in een zak van de toren in de Schelde te gooien. Geeraard Junior rook lont en ging liever in een herberg de bloemetjes buiten zetten. Toen vader de goede afloop van de zaak met de schippers wilde bespreken, dachten die met de zoon te doen te hebben en onderging hij het lot dat de zoon beschoren was.
- Op zestienjarige leeftijd beval zijn vader hem op kruistocht naar het Heilig Land te vertrekken, omdat dat zijn hardvochtige en ongemeen wrede zoon goed zou doen, maar Geraard weigerde te vertrekken en op zekere dag vond men de kastelein in zijn bed vermoord. Die daad werd aan zijn zoon toegeschreven.
- Volgens een andere legende was het geslacht Geeraard de Duivel zeer vroom en stond hij hoog in aanzien door zijn vele giften aan kerken en kloosters.
- De legende zegt verder dat het geslacht op het einde van de 13de eeuw uitstierf, wel vermeldend dat de schimmen van beide ridders elkaar in het steen nog steeds achtervolgen.
Naast de poort van van het Geeraard Duivelsteen hangt een bronzen plaat ter herinnering aan Geraard de Duivel. Klik hier voor meer info.
François Laurentplein
Professor François Laurent
Een der belangrijkste liberale figuren uit de 19de eeuw. Hij werd geboren in Luxemburg in 1810 als zoon van een pruikenmaker. Hij overleed te Gent in 1887.
Hij studeerde letteren en wijsbegeerte aan de Rijksuniversiteit te Leuven (verdween in 1830 bij de Belgische omwenteling) en rechten aan deze te Luik. In 1835 werd hij aangesteld als hoogleraar Burgerlijk Recht aan de Rijksuniversiteit te Gent.
In 1864 werd hij liberaal raadslid in de Gentse gemeenteraad en schonk hij als dusdanig bijzondere aandacht aan het stedelijk onderwijs, het Guislaininstituut, de kerkhoven, de kerkfabrieken en zelfs aan de verzorging van de prostituees. Hij was zeer sociaal aangelegd en toch antisocialist en antiklerikaal. Hij eiste de scheiding van kerk en staat.
In 1866 voerde hij het schoolsparen in als middel om de volksmensen te verplichten zelf hun lot te verbeteren. Hij stichtte diverse liberale werkliedenkringen.
Het standbeeld werd opgericht in 1908. Links van de figuur van Laurent zijn de mensenrechten en de rechtsgeleerdheid afgebeeld en rechts de wijsbegeerte en het onderwijs.
Op de rugzijde staan de titels van de bijzonderste publicaties van deze rechtsgeleerde.
Lieven Bauwensplein
Dit plein was, samen met het verder gelegen Julius Lippensplein – Rondpunt – een scharnierpunt in het Zolikoffer – De Vigneplan. Dit plan van 1883 behelsde de uitbouw van een nieuwe burgerlijke wijk, waarvan de Vlaanderenstraat de commerciële hoofdas moest worden en het zuidstation met het stadscentrum verbinden.
Lieven Bauwens werd te Gent, in de Waaistraat 1, op 14 juli 1769 geboren als zoon van een leerlooier. Een gevelsteen in dit geboortehuis vermeldt:” Hier werd geboren Lieven Bauwens, de stichter der Gentse kantoenweverij, eerste meier van Gent. 1769-1822 “. Hij werkte vanaf 1786 als meestergast in de leerlooierij van zijn vader, doch trok na korte tijd naar Engeland, waar hij de nieuwste technieken bij het spinnen en het weven leerde. Hij smokkelde de onderdelen van een “ Spinning Mule “- een uitvinding van de Engelse Samuel Cropton – naar het vasteland en kon weldra starten met zelfgebouwde spinmolens in een eigen spinnerij, in het oud-kartuizerklooster op Meerhem – het huidige Sint- Jan- de- Deo op het fratersplein- dat hij in 1797 als “ zwart goed “ had gekocht. Samen met de Engelsman James Farar, bouwde en installeerde hij talrijke mechanische spinmolens “ Mule –jennie “ met als merknaam “ Bauwens-Fara “. De zaken van Lieven Bauwens floreerden gunstig daar er in Europa grote vraag was naar katoenen stoffen, gezien deze spotgoedkoop geworden waren, ingevolge de machinale massaproductie.
In 1810 kwam zelfs Napoleon op bezoek naar zijn fabriek. Hij feliciteerde hem voor zijn prachtig werk en benoemde hem tot Ridder in het Legioen van Eer. Tijdens de Franse Bezetting was Lieven Bauwens bevriend met de prefect van het Scheldedepartement en werd alzo benoemd als burgemeester of meier van de stad Gent, op 10 juli 1800. Ingevolge diverse omstandigheden vluchtte Lieven Bauwens naar Frankrijk, waar hij op 17 maart 1822, slechts 53 jaar oud, overleed aan een hartinfarct. Hij ligt begraven op het Père-Lachaisekerkhof in Parijs.
Niettegenstaande Lieven Bauwens een betwiste figuur was, richtte het stadsbestuur van Gent in 1885 een standbeeld voor hem op aan de belangrijke Vlaanderenstraat. Oorspronkelijk was het de bedoeling dit standbeeld een plaats te geven aan het pas onthulde Zuidstation, doch dit gebeurde niet, omdat het stadsbestuur vreesde Engelse bezoekers te ontstemmen bij het zien van zoveel eerbewijzen aan de aartsvijand van Engeland.
Provinciehuis
Gelegen tussen de Gouvernementstraat, de Jodenstraat, het François Laurentplein en de Henegouwenstraat.
Op deze plaats stond vroeger het Prelaatshuis of het Bisschoppelijk Paleis.
Tijdens de Franse overheersing deed het gebouw dienst al “Hotel de la préfecture du Département de l’Escaut” en uiteindelijk als Gouvernementsgebouw voor het bestuur van de Provincie Oost-Vlaanderen.
Na een zware brand bij de bevrijding van Gent, begin september 1944, werd het huidige Gouvernementsgebouw of Provinciehuis gebouwd naar plannen van architecten Vaerewyck en Hebbelynck.
De hoofdingang is omgeven met beeldhouwwerk van Geo Verbanck en stelt symbolisch de provincie voor met de Schelde (man) en de Leie (vrouw). Verder vinden we wapenschilden van Oost-Vlaamse steden en gemeenten.






